Regisseur Carine Bijlsma over D’Angelo en Devil’s Pie #interview

Ik wilde dit interview met Carine Bijlsma beginnen met een ode aan het mannelijk lichaam. En dan specifiek met een ode aan de liezen van D’Angelo in de clip Untitled. Maar na het zien van de documentaire van Carine, Devils Pie, waarvoor zij de artiest bijna twee jaar volgde, voel ik me bijna schuldig zijn torso te verheerlijken.

D’Angelo, meer dan alleen mooi

Want voorbij D’Angelo’s bijna perfect geboetseerde lichaam, de volle lippen en het speelse spleetje tussen z’n tanden, schuilt een verlegen, spiritueel, muzikaal genie. Die van een obscuur, onbekend nummer een muzikaal hoogstandje maakt. Van wie de concerten natural highs zijn en die mensen ontroert met z’n melodieën.

Terwijl hij rond de eeuwwisseling miljoenen vrouwenharten sneller deed kloppen werd D’Angelo, echte naam Michael Eugene Arche, een sekssymbool. Maar D’Angelo was meer dan een mooi koppie. Zijn gevoel voor timing en ritme zijn bijna bovennatuurlijk. Zijn shows drie-uur durende muzikale trips. Maar hoe rijm je het zijn van een artiest, een muzikaal genie, met het oppervlakkige gejoel van ‘take off your shirt’. Niet… D’Angelo kwam in de knoop met z’n muzikale aderen en z’n identiteit. Hij verdween van het toneel en liet z’n fans smachtend naar meer achter.

De man achter de muziek

Zo ook documentairemaakster Carine Bijl die in 2012, na het zien van één van zijn eerste comeback concerten in Paradiso, hem (en iedereen waarvan ze dacht hem misschien te kennen) een brief stuurde. Ze vroeg zich af waarom hij eigenlijk nog zo weinig optrad en waarom hij geen nieuwe platen meer uitbracht. Waar was dit muzikale icoon gebleven? En dan was ze niet geïnteresseerd in wat hij de afgelopen 12 jaar had gedaan, ze wilde niets weten over afkickklinieken en auto-ongelukken. Ze wilde de man achter de muziek leren kennen; Wie is D’Angelo?

M’n moeder zei altijd ‘wie schrijft, die blijft’ en wederom heeft moeders gelijk, want een aantal maanden na het schrijven van de brief kwam er een telefoontje of ze naar Vegas kon komen om d’Angelo te filmen. Hij was geïntrigeerd in het verhaal dat Carine wilde vertellen en kon zich vinden in haar premisse.

Vlieg op de muur

Uiteindelijk duurde het toch nog een hele tijd voor ze kon starten met filmen. Maar in 2014 stapte Carine dan in het vliegtuig om zich bij z’n tour Black Messiah te voegen. “Wat ik er zo bijzonder aan vond was dat ik meteen in de groep werd opgenomen. Ik kwam als buitenstaander binnen en ze waren heel ontspannen en open naar mij toe. Daardoor kon ik echt een fly on the wall zijn wat noodzakelijk is bij dit soort projecten.”

Carine Bijlsma

Carine leerde een D’Angelo kennen die naast een bescheiden man ook een spiritueel icoon is. D’Angelo leunt op God, dankt hem regelmatig voor z’n liefde en zegt zonder zijn kracht niet te kunnen doen wat hij nu doet. ‘D’Angelo is dag en nacht met muziek bezig. Hij bestudeert continue alle grootheden van Marvin Gay tot Prince. Hij brengt allemaal muziekstromingen samen, van blues tot gospel, r&b en pop.’

Devil’s Pie

Eigenlijk precies hetzelfde als wat Carine met haar film Devil’s Pie doet. Carine gebruikt nieuw materiaal dat ze tijdens z’n tour Black Messiah heeft geschoten, combineert dat met archiefbeelden van toen Michael nog een kerkkoor zat. Gooi dan nog wat oude beelden van z’n shows, gillende meiden en Grammy uitreikingen in de mix en voilà… Een gelaagde film die de verschillende kanten van dit muziekicoon belicht.

Ook zien we Michael’s grote voorbeeld, z’n oma, die kerkbezoekers toespreekt, zingt, predikt. Ze liggen allemaal aan haar voeten, net als de rest van de wereld aan de voeten van haar kleinzoon zal liggen. Maar in al deze euforie, in al deze schoonheid en inspiratie zit ook een eenzame kern.

We zien D’Angelo als zoekende ziel, die niet weet hoe hij d’Angelo op het podium kan verenigen met D’Angelo als vader, als muziekwerk. We zien hem op de bank zitten na een concert met Dave Chapelle. Beiden rond dezelfde tijd carrière gemaakt, beide een haat/liefde relatie met hun publiek. Als Dave hem vraagt of hij nog steeds in New York woont zegt D’Angelo: ‘Yes nog steeds in New York, Manhattan. Ik kan geen woning vinden. Ik ben nog steeds op zoek. Ik ben een soort nomade. Ik trek van plek naar plek, leef uit m’n koffers.’

We zien een kwetsbare, onzeker D’Angelo. Een man die leeft voor de muziek maar die moeite heeft om z’n talent te dragen (de premisse van Carine luidde dan ook: Hoe draag je zo’n talent?). Hij zegt dat hij tijdens z’n tour van zijn tweede album Voodoo (2000) een stap terug heeft moeten nemen om zichzelf te verhouden tot de macht van de muziek. “With great power comes great responsibility, right?”

Ode aan D’Angelo

En dit is precies wat D’Angelo zo bijzonder maakt. Hij ging niet voor een popicoon status, sekssymbool, hij weigerde een one-day fly te zijn. Hij trok zich terug, kwam tot zichzelf en bleef doen waar hij voor in de wieg is gelegd. Muziek maken. Daarom sluit ik dit interview met een ode aan Devil’s Pie.

Aan D’Angelo die met zijn muziek richting heeft gegeven aan een hele generatie nieuwe muzikanten. Aan de man die elke muziekstroming heeft bestudeerd, die buiten de muzieklijnen durft te tekenen. Aan een man die gelooft in de kracht van God, van de liefde. Aan een bescheiden artiest die niet altijd bewust is van z’n impact op de muziekwereld en z’n fans. En aan de man met het speelse spleetje tussen z’n tanden, z’n volle lippen en een fabelachtig stemgeluid.

Devil’s Pie ging eerder dit jaar in première tijdens het Tribeca Film Festival is nu te zien in de bioscoop en op Picl.nl. De trailer bekijk je hier:

Lees verder